+31 (0)73 614 5937 info@transequity.nl

Pre exits zijn hot. Dat concludeert investeerder TransEquity Network uit Den Bosch. Steeds meer bedrijfseigenaren overwegen om in een vroeg stadium hun bedrijf geheel of deels te verkopen. Volgens managing partner Jurgen van Olphen heeft dat te maken met de snel veranderende markt die van ondernemers vraagt om zich steeds sneller aan te passen om verder te kunnen groeien. De enorme technologische ontwikkelingen zijn bovendien moeilijk bij te benen en vragen om extra kapitaal om te kunnen investeren. Een ander aspect is dat het speelveld steeds internationaler is geworden waardoor de concurrentie toeneemt. “Niet iedere ondernemer heeft nog energie voor die ratrace”, concludeert Van Olphen.

Nieuwe generatie ondernemers wil méér dan werken

Waar vroeger eigenaren nog tot hun tachtigste het bedrijf aanhielden en stukje bij beetje hun kinderen inwerkten, ziet de nieuwe generatie het anders. Ondernemers tussen de 40 en 60 zijn in eerste instantie nieuwsgierig wat hun bedrijf waard is en komen daardoor tot de conclusie dat hun leven een stuk aangenamer wordt als ze het durven los te laten. Van Olphen ziet in de vijftien jaar dat zijn bedrijf bestaat steeds meer ondernemers voor wie het operationele werk onaantrekkelijk wordt. “Ze zijn nog steeds ondernemer in hart en nieren, maar ze zijn klaar met de operationele taken en de 50 of 60-urige werkweek die het leiden van een middelgroot bedrijf vaak met zich meebrengt.”

Banken financieren minder, rol private equity neemt toe
Inspelend op die nieuwe generatie ontstaat er volgens TransEquity Network nog een belangrijke trend. Waar voorheen banken alles financierden, zijn private equity partijen nu aan zet. Private equity klinkt volgens Van Olphen bij sommige ondernemers nog wel eens wat beangstigend in de oren. “Maar het blijkt in de praktijk veel beter aan te sluiten dan bijvoorbeeld een grootbank. Er zijn namelijk private equity partijen die daadwerkelijk meebouwen en meewerken aan en in het bedrijf. Hierdoor hoeft de eigenaar zich niet druk te maken om het ‘operationele gedoe’ en kan hij met een gerust gevoel afstand nemen van zijn kind.”